Icon Arrow Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools
Arbocatalogus Werkgevers

Wat doe je als organisatie tegen ongewenst gedrag?

Inspectieproof
Getoetst door de Inspectie SZW

Wat kunnen organisaties doen tegen ongewenst gedrag? Om ongewenst gedrag en de gevolgen daarvan te beperken, zijn de volgende beleidsmaatregelen nodig.

1. Je organisatie heeft een beleid tegen ongewenst gedrag.

Dit beleid bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Het pedagogisch werkplan bevat afspraken of een protocol hoe te handelen bij ongewenst gedrag van kinderen (pesten en ruzie op de groep, kinderen met probleemgedrag, etc.). Als kinderen gedragsproblemen hebben, zijn er speciale begeleidingsinstructies voor pedagogisch medewerkers nodig of advies van een pedagoog of andere deskundige. Onderdeel van het werkplan is ook het toelatingsbeleid. Problemen kunnen ook ontstaan bij een 'verkeerde plaatsing'.
  • Goede communicatie: informeer ouders tijdig en goed. Zo voorkom je dat spanningen onnodig oplopen. Kies voor verschillende momenten en vormen van contact.
  • Klachtenregeling: zorg dat ouders weten waar zij met klachten terechtkunnen. Zorg voor een aanspreekpunt binnen het dagverblijf als ouders er met de pedagogisch medewerker niet uitkomen. Snelle en adequate afhandeling is gewenst. Een informele oplossing werkt vaak sneller en prettiger dan een formele klachtenregeling.
  • Leg de omgangsvormen tussen medewerkers onderling en tussen medewerkers en ouders vast in een gedragscode (zie artikel 8.3 van de Cao Kinderopvang).
  • Stel huisregels op voor ouders en medewerkers.
  • Maak afspraken of een protocol hoe te handelen bij ongewenst gedrag van ouders.
  • Zorg voor voorlichting/training van medewerkers. Zie ook: Verdeling van taken en verantwoordelijkheden.
  • Maak afspraken of een procedure voor het melden en registreren van incidenten.
  • Maak afspraken of een procedure voor het systematisch analyseren van incidenten.
  • Als ongewenst gedrag leidt tot agressie en geweld, dan is er meer nodig:
  • Opvang en nazorg voor medewerkers na een incident.
  • Aangifte bij de politie.
  • Maatregelen richting de dader.
  • Kleine organisaties kunnen volstaan met goede onderlinge afspraken. Organisaties met meerdere locaties doen er verstandig aan dit beleid in een plan vast te leggen.

2. Je organisatie besteedt blijvende aandacht aan het voorkomen van ongewenst gedrag.

Bestuur/directie, OR, ouderraad, leidinggevenden en medewerkers besteden blijvende aandacht aan het daadwerkelijk voorkomen en beheersen van ongewenst gedrag.

3. Je organisatie onderzoekt de blootstelling van medewerkers aan ongewenst gedrag.

Of ongewenst gedrag voorkomt, wordt onderzocht met behulp van medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO), incidentenregistratiesysteem, risico-inventarisatie, exitgesprekken, werkoverleg/teamoverleg en/of functioneringsgesprekken.

4. Je organisatie heeft een vaste coördinator voor de preventie van ongewenst gedrag.

Er is een vaste coördinator voor de preventie en beheersing van ongewenst gedrag. Deze rol is vastgelegd in de functie- en taakomschrijving.

Meer weten: Doe de Quickscan ongewenst gedrag 

Terug naar de arbocatalogus