Icon Arrow Icon Arrow back Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon List Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools
Tips Instroom

Werken met bbl'ers in kinderopvang

Een student die een bbl-opleiding volgt, combineert werken en leren. Met een bbl'er in dienst investeer je in de toekomst van je organisatie, van de sector en van een jongere of zij-instromer met interesse in kinderopvang. Maar wat komt er zoal kijken bij werken met bbl'ers? Kinderopvang werkt! geeft antwoord op een aantal veelgestelde vragen.

Kinderopvang samen spelen in kring

Wil je een mbo-student-medewerker aannemen? Dat kan:

  • Als jouw organisatie een erkend leerberdrijf is.
  • En de student-medewerker een bbl-opleiding volgt.
  • En hiermee een mbo-diploma niveau 3 of niveau 4 pedagogisch werk haalt.

Dit geldt ook voor zij-instromers via de derde leerweg.

Een bbl'er in dienst nemen

Waarom zou ik een bbl’er in dienst nemen?
  • Je investeert in de toekomst van je organisatie, de sector en van een jongere of zij-instromer met interesse in kinderopvang.
  • Je geeft zittende medewerkers meer lucht door een extra collega.
  • Je versterkt de leercultuur in je organisatie door een student in huis.
  • Je draagt bij aan het oplossen van je eigen personeelstekort en die van de sector.
  • Je geeft een of meerdere medewerkers de mogelijkheid om zich door te ontwikkelen als praktijkbegeleider. Investeer hierin met een opleiding of training. 

Lees meer over leerbanen.

Wat moet ik doen als ik een bbl’er in dienst wil nemen?

Meld je aan als leerwerkbedrijf bij de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

  • Hoe je een erkend leerbedrijf wordt, lees je op de website van de SBB.
  • Heb je hierover een vraag? Neem dan contact op met de SBB.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Bieden van een goede en veilige werkplek.
  • Aanstellen van een praktijkopleider die de eisen van de opleiding kent en voldoende tijd en middelen heeft om de student te begeleiden.
  • Samenwerken met school en SBB.
  • Akkoord gaan met vermelding van bedrijfsgegevens op leerbanenmarkt.nl.
Wat kost een bbl'er?
  • Een bbl'er wordt ingedeeld in salarisschaal 5, nummer 8. Daarbij gelden artikel 5.2, 5.3 en 5.4 van de Cao Kinderopvang.
  • De werkgever kan de kosten vergoeden die de bbl'er maakt voor de opleiding.
  • De uren die de studie kost kan je volledig vergoeden door de leer-arbeidsovereenkomst voor meer uren per week af te sluiten. Je kan daarnaast ook de kosten voor de opleiding vergoeden.
  • Er zijn ook subsidies voor het opleiden van een bbl’er. Meer hierover lees je bij de vraag 'Zijn er subsidies voor werkgevers voor het opleiden van een bbl’er?'.

Een bbl'er werven en selecteren

Hoe kan ik een bbl’er werven?
  • Laat in je werving weten dat jouw organisatie een leerbedrijf is en openstaat voor bbl'ers.
  • Besteed apart aandacht een bbl'ers op je website, of in wervingsactiviteiten. Beschrijf bijvoorbeeld 'een dag uit het leven van een student-medewerker' op een leuke en aantrekkelijke manier. 
  • Check of je organisatie op leerbanenmarkt.nl en stagemarkt.nl staat
  • Zet een vacature op grote vacaturesites zoals Indeed, Nationale Vacaturebank en Monsterboard. Vermeld in de vacature dat het gaat om een leerbaan, een bbl-plek.
  • Hebben vmbo-scholen in je regio misschien een beroepsoriëntatieprogramma? Regel dat je hieraan kan meedoen.  
  • Geef bij het lokale roc aan dat je bbl'ers hebt, zij kunnen aanmelders doorsturen.

TIP: Schakel een werkgeversservicepunt (WSP) in. Dit is een samenwerking van gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen, kenniscentra en andere partijen. Als werkgever kun je vacatures doorgeven aan een WSP, ook een vacature voor een bbl'er. Het WSP kan je helpen met de matching. Hier vind je een overzicht van alle regionale werkgeversservicepunten. Kinderopvang werkt! besteedde in dit artikel al aandacht aan wat het WSP voor kinderopvang kan betekenen.

TIP: Wil je mensen uit een speciale doelgroep werven? Bijvoorbeeld om je team diverser te maken, wat betreft achtergrond van je medewerkers of sekse? Bekijk voor inspiratie en informatie het e-book over divers en inclusief personeelsbeleid in kinderopvang. 

TIP: Bekijk meer tips, artikelen en praktijkvoorbeelden om de instroom in je organisatie te verhogen.

Hoe selecteer ik een geschikte bbl’er?
  • Denk vooraf na over welke nieuwe medewerker(s) je wilt aantrekken Welke toevoeging in je team zie je voor je? Wat heeft je organisatie nodig? Bedenk natuurlijk wel dat het hier altijd gaat om leerling-pedagogisch medewerkers.
  • Formuleer je wensen vooral in termen van vaardigheden en skills. 
  • Betrek het team waarin je de bbl'er wil plaatsen.
  • Ga na of een kandidaat al een beeld heeft van werken in kinderopvang en zich georiënteerd heeft. 
  • Laat kandidaten een dagje meelopen, zodat ze kunnen bepalen of werken in kinderopvang echt iets voor ze is.
  • Aandachtspunt is de taaleis! Je kan ervoor kiezen om kandidaten vooraf te toetsen op taal om te bepalen of een opleiding op niveau 3 of 4 haalbaar is. 

TIP: Bekijk hier voorbeelden van skills.

Wanneer kunnen mensen een bbl-traject doen?

Mensen die de MBO opleiding pedagogisch medewerker (niveau 3) of gespecialiseerd pedagogisch medewerker (niveau 4) volgen kunnen dit via het bbl-traject doen.

Een bbl'er opleiden en begeleiden

Kan ik een bbl’er zelf opleiden?
  • Mocht je als organisatie voldoende bbl-kandidaten hebben, dan kun je ook met een roc of een particuliere opleider afstemmen of een bedrijfsklas een optie is. Al je bbl-medewerkers zitten dan in een groep en je kan waardevolle input geven tijdens de opleiding. 
  • Bij onvoldoende bbl-kandidaten voor een hele klas, kun je ook met andere organisaties in dezelfde regio kijken of een samenwerking mogelijk is, zodat er toch een hele klas kan starten.
Hoe zit het met de begeleiding van een bbl’er?

Om een erkenning te krijgen als leerbedrijf moet je iemand binnen de organisatie aanwijzen als praktijkopleider. Deze is verantwoordelijk voor de begeleiding van de bbl-er, kent de eisen van de opleiding en heeft tijd en middelen om de student op de werkvloer te begeleiden.

De functie praktijkopleider is opgenomen in de functiematrix voor kinderopvang (zie bijlage 1 van de Cao Kinderopvang). De praktijkopleider heeft bij voorkeur een afgeronde mbo-4 opleiding Praktijkopleider of beschikt over (door SBB in het kader van het reglement erkenning leerbedrijven te toetsen) eerder verworven bekwaamheid met betrekking tot methodische, didactische en beoordelingsvaardigheden. Of hij/zij is bereid om deze bekwaamheden binnen een afgesproken tijd te verwerven.

In artikel 8.6.1 van de Cao Kinderopvang staat: “Heeft de medewerker de functie of taak van praktijkopleider van één of meer mbo-student-medewerkers? En heeft de medewerker niet het diploma van de mbo-4 specialistenopleiding tot praktijkopleider? Dan moedigt de werkgever deze medewerker aan om deze opleiding te volgen”.

TIP: In het reglement erkenning leerbedrijven is als bijlage een modelprofiel van de praktijkopleider (praktijkbegeleider) opgenomen, een overzicht van de kerntaken en de competenties. Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) geeft ook basisworkshops voor beginnende praktijkopleiders. Deelname is kosteloos.

Hoe richt ik de begeleiding van een bbl’er in?
  • Een goede begeleiding van de bbl'er tijdens de opleiding is het halve werk. In de praktijk leren levert het meeste op als er regelmatig reflectie en bijsturing is. De werkzaamheden die een bbl'er uitvoert moeten passen bij de fase van de opleiding en er moet voldoende tijd en ruimte zijn voor de bbl'er om de praktijkopdrachten uit te voeren. De bbl'er moet dus echt kunnen oefenen met het vak. 
  • Creëer draagvlak bij je medewerkers voor de komst van een bbl'er. Neem ze mee in je beslissingen. Maak duidelijk waarom je een bbl'er in dienst wil nemen en welke randvoorwaarden je daarvoor hebt ingericht. Bijvoorbeeld hoe de begeleiding geregeld is. 
  • Organiseer een goede introductie van de bbl'er in je organisatie. Zorg dat iedereen weet wie hij of zij is en wat diegene eventueel aan werkervaring meebrengt.
  • Geef inzicht in hoe de opleiding van de bbl'er in elkaar zit en in eventuele afspraken over studiefaciliteiten. Denk bijvoorbeeld aan extra uren of een ruimte voor de bbl'er om opdrachten te maken. 
  • Zorg voor een goede match tussen bbl'er en het team waarin bbl'er geplaatst wordt. 
  • Verdeel de begeleiding over meerdere medewerkers die het leuk vinden om de nieuwe collega in te werken en te begeleiden in een bepaald aspect van het werk, omdat ze er zelf heel goed in zijn of het hun interesse heeft. Denk aan het organiseren van een activiteit, of groepsdynamiek, of verzorging van een baby. De praktijkbegeleider houdt het zicht hierop en is aanspreekpunt voor de begeleiding in zijn geheel.
  • Zorg voor voldoende oefen-, leer- en ontwikkelmogelijkheden voor de bbl'er in het dagelijks werk.
  • Misschien is de bbl'er al wat ouder en heeft hij of zij al andere banen gehad. Dat heeft invloed op de (manier van) begeleiding. Bespreek dit met de bbl'er zelf en de begeleider(s). Richt de begeleiding vraaggericht in, maar laat de leeractiviteiten van de bbl'er ook aansluiten op werkwijze en doelstellingen van het team en de organisatie. 
  • Organiseer zo af en toe een uitwisseling tussen de bbl'er en de andere medewerkers, bijvoorbeeld tijdens het teamoverleg. De bbl'er kan vertellen wat hij of zij in de opleiding heeft opgestoken over een bepaald onderwerp. Er kan zo een gesprek ontstaan over hoe dat in de praktijk werkt. Organisatieleren, teamontwikkeling en individuele ontwikkeling kan je met elkaar verbinden. 
  • Betrek de opleiding bij de begeleiding van de bbl'er. Maak afspraken over de rol die je als werkgever neemt en de rol die de opleiding neemt om de bbl'er op een succesvolle manier naar de eindstreep te helpen en er een waardevolle medewerker/collega aan over te houden voor jouw organisatie.

TIP: Ook in andere sectoren speelt het vraagstuk van begeleiding van bbl'ers en stagiair(e)s. Veel organisaties vinden dat het de werkdruk verhoogt voor de zittende medewerkers. 
Er zijn ook voorbeelden van organisaties die het op een andere manier aanpakken.

Zijn er subsidies voor werkgevers voor het opleiden van een bbl’er?

Ja, er zijn verschillende subsidiemogelijkheden voor de kosten die een bbl'er met zich meebrengt. We zetten ze hieronder voor je op een rij.

  • Subsidieregeling Praktijkleren
    Subsidie om werkgevers te stimuleren om praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden. Het is een tegemoetkoming voor de kosten voor begeleiding. Vanaf het schooljaar 2017/2018 vallen ook leerlingen in het vso, pro en entree in het vmbo onder deze subsidieregeling.
  • Subsidie praktijkleren in de derde leerweg
    Regeling bedoeld voor een tegemoetkoming voor de kosten van een erkend leerbedrijf voor het begeleiden bij de beroepspraktijkvorming van een kortlopende bij- en omscholing van werkzoekenden of werkenden die met werkloosheid worden bedreigd.
  • SLIM-subsidie
    Speciaal voor mkb-bedrijven, onder andere beschikbaar voor het bieden van praktijkleerplaatsen voor een mbo-opleiding in de derde leerweg. 

Een bbl'er inzetten in je organisatie

Hoe zet ik een bbl'er in?

In artikel 8.6.1 van de Cao Kinderopvang staat beschreven hoe een bbl'er ingezet kan worden.

  • De bbl'er in de dagopvang krijgt een leer-arbeidsovereenkomst voor minstens twintig uur per week en in de buitenschoolse opvang minstens voor twaalf uur. De leer-arbeidsovereenkomst duurt zolang de opleiding duurt volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) (meestal drie jaar). 
  • Als de opleiding eerder afgerond wordt, eindigt de leer-arbeidsovereenkomst op dat moment. Als de bbl'er langer doet over de opleiding mag de leer-arbeidsovereenkomst toch maar uiterlijk vier jaar vanaf de start van de opleiding duren. 
  • Rondt de bbl'er de opleiding af binnen of uiterlijk na vier jaar dan wordt de leer-arbeidsovereenkomst omgezet in een vaste arbeidsovereenkomst, onder bepaalde voorwaarden, namelijk:
    - de bbl'er heeft het diploma gehaald;
    - er is een vacature of formatieruimte voor een nieuwe medewerker;
    - het is volgens de ketenregeling niet mogelijk om de student-medewerker nog een tijdelijke arbeidsovereenkomst te geven (anders kan dus ook een tijdelijke arbeidsovereenkomst geboden worden);
    - het functioneren van de student-medewerker laat dit toe.
  • Wil je geen arbeidsovereenkomst aanbieden, omdat je vindt dat de bbl'er niet goed functioneert? Dan moet je dat al aangegeven hebben in een beoordelingsgesprek (zie artikel 8.3, lid 2 van de Cao Kinderopvang). Dit beoordelingsgesprek moet je met de bbl'er gevoerd hebben in de twaalf maanden voordat hij of zij het diploma haalt.
Hoeveel uur moet een bbl'er minimaal werken?

Als de mbo-student-medewerker (onder andere) werkt op de dagopvang, dan moet de arbeidsovereenkomst voor ten minste 20 uur zijn. Alleen als uitsluitend op de bso gewerkt wordt, dan is dit minimaal 12 uur. Dus:

  • Enkel dagopvang: minstens 20 uur
  • Bso en dagopvang: minstens 20 uur
  • Enkel bso: minstens12 uur

Bij verschillende minimumaantal uren vanuit de cao en opleider geldt het hoogste urenaantal. 
Wanneer de opleider voor het beroepspraktijkgedeelte een minimum van 16 uur aanhoudt, maar de medewerker wordt wel ingezet op de dagopvang, dan is de cao leidend voor het minimumaantal uren van de leer-werkovereenkomst. Dus een contract van ten minste 20 uur. 

Wanneer de opleider een minimum van 16 uur aangeeft en de medewerker werkt enkel op de bso, dan geldt het minimum van de opleider. Dus dan wordt het een contract van ten minste 16 uur. Dat kan ook voor de cao, want het is hoger dan de 12 uur die daarin aangegeven wordt.

Hoeveel bbl'ers mag ik inzetten in mijn organisatie?

De verruiming van de inzet van beroepskrachten in opleiding is verlengd tot juli 2026. De verruiming betekent dat tot 1 juli 2026 50 procent van het totaal minimaal in te zetten beroepskrachten mag bestaan uit beroepskrachten in opleiding. Dit houdt in dat de helft van het aantal beroepskrachten op een locatie mag bestaan uit pedagogisch medewerkers in ontwikkeling en student-medewerkers.”

Is een begeleidingsplan voor bbl'ers verplicht?

Met ingang van 1 juli 2024 (in ieder geval tot 1 juli 2026) is het verplicht een begeleidingsplan voor een bbl’er te maken.  Aan het begeleidingsplan worden geen inhoudelijke eisen gesteld. Dit is maatwerk. Het gaat er enkel om dat er een schriftelijk vastgelegd begeleidingsplan is waarmee de beroepskracht in opleiding, de opleidingsbegeleider vanuit de opleiding en de praktijkbegeleider vanuit de kinderopvangorganisatie ingestemd hebben. In het begeleidingsplan kan ook de opbouw van formatieve inzetbaarheid van de bbl’er opgenomen worden.

Hoe zit het met de formatieve inzet van een bbl'er?

Een bbl'er is een gewone medewerker en kan dus vanaf het begin deels formatief ingezet worden. In bijlage 9 van de Cao Kinderopvang staat hoeveel de werkgever de bbl'er formatief mag inzetten. En welk salaris de student-medewerker krijgt in de verschillende fases van inzetbaarheid. 

Tip: Betrek opleiders bij de beoordeling van de mate van inzetbaarheid van de bbl'er. Zij hebben zicht op waar de bbl'er staat in de opleiding. Jij hebt zicht op zijn of haar inzet in het werk. De mate van inzetbaarheid en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort, moet goed passen op beide aspecten in de ontwikkeling van de bbl'er. Sommige bbl-opleidingen onderhouden weinig tot geen contact met de werkplek van de student. Dit heeft ook te maken met de financiering van bbl-opleidingen. Schroom toch niet om dat contact zelf te zoeken. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en opleiding om iemand in deze constructie tot het niveau te brengen van een startbekwaam pedagogisch medewerker.

Let op: De formatieve inzet van de bbl’er is in de Cao Kinderopvang opgenomen en het maximumaantal beroepskrachten-in-opleiding dat op een dag formatief ingezet kan worden in de Regeling Wet kinderopvang. Aan beide moet voldaan worden.

Enerzijds gaat het om de voorwaarden waaronder een bbl’er formatief ingezet kan worden gezien vanuit de opleidingsfase waarin de bbl’er zich bevindt: oplopend van 0 tot 100 procent.

Anderzijds gaat het om het aantal beroepskrachten in opleiding en stagiairs dat op een dag formatief ingezet kan worden over het gehele kindercentrum: 33,33% procent stagiairs en 50% beroepskrachten in opleiding (vastgelegd in de Regeling Wet kinderopvang).

Een voorbeeld: Als een bbl’er volgens de cao-voorwaarden maar 1 dag formatief ingezet kan worden, dan zal de houder er rekening mee moeten houden dat hij/zij deze beroepskracht in opleiding inzet op een dag waarbij de formatie van beroepskrachten in opleiding niet het percentage van 50% overschrijdt.

Wil je weten hoe de Inspectie kijkt naar de inzet van een beroepskracht in opleiding (waaronder een bbl’er) en de formatieve inzet van een bbl’er? Zie:

Mag een bbl’er alleen op de groep?

Wat dit punt betreft zijn er verschillen tussen buitenschoolse opvang en dagopvang. Let daar goed op.

Op de buitenschoolse opvang mag een bbl’er alleen op de basisgroep staan. Dit is wel afhankelijk van de mate van formatieve inzet van de bbl’er, wat weer afhankelijk is van de fase waarin de opleiding zich bevindt. 

Een bbl’er mag niet alleen op een kindercentrum staan. Dat heeft te maken met de 50%-regeling. Deze regeling houdt in dat maximaal 50% van het totaal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten uit beroepskrachten in opleiding mag bestaan. Als de bbl’er alleen op een kindercentrum staat voldoet de houder hier niet aan. Bovendien voldoet de houder dan ook niet aan ‘verantwoorde kinderopvang’, wat in de wet Kinderopvang is opgenomen (artikel 1.50).

In de dagopvang mag een bbl’er niet alleen op een stamgroep staan, omdat in de dagopvang aan elk kind een vaste beroepskracht is toegewezen en op de groep aanwezig moet zijn. In de huidige wet- en regelgeving is bepaald dat een bbl’er geen vaste beroepskracht kan zijn (die wet- en regelgeving verandert per 1 juli 2024).

Wel is het mogelijk dat een bbl’er alleen op de groep staat tijdens de 3-uursregeling, bijvoorbeeld als de gekwalificeerde beroepskracht pauze heeft. 

Houd er rekening mee dat een bbl'er leerling blijft tot diegene een diploma gehaald heeft, ook bij honderd procent formatieve inzetbaarheid. Leg de inzet van de bbl'er schriftelijk vast. 

Mag een bbl'er op meerdere locaties werken?

In de cao is geen vereiste opgenomen dat de bbl'er maar op één locatie mag werken. Lees hoe de inspectie naar deze situatie kijkt.

Hoe zit het met de inzet van een bbl'er en de taaleis 3F voor de reguliere dagopvang?

De taaleis 3F voor de reguliere kinderopvangopvang geldt vanaf 1 januari 2025 voor beroepskrachten. Tot die datum, maar ook daarna hoeven pedagogisch medewerkers (en stagiairs) die hun opleiding nog niet hebben afgerond, nog niet aan de taaleis IKK te voldoen. Op het moment dat zij hun opleiding afronden, moeten zij er uiteraard wel aan voldoen.

 

Hoe zit het met de inzet van een bbl'er en de verplichte scholing werken met 0-jarigen?
  • De verplichte babyscholing is een afspraak uit de Wet IKK. De uitvoering van deze afspraak is niet in de Regeling Wet kinderopvang opgenomen. In de Regeling staat dat beroepskrachten in kinderopvang moeten voldoen aan kwalificatie-eisen. Zolang je in opleiding bent hoef je niet aan de kwalificatie-eisen te voldoen. Dit is voor de inzet op babygroepen niet anders. In het kader van de opleiding kan een bbl’er op een babygroep ingezet worden. In welke mate de bbl’er  formatief ingezet kan worden, hangt af van het individuele ontwikkelplan. Zie de Cao Kinderopvang artikel 8.5, lid 5 en artikel 9.6.1 lid 2.
  • De verplichte babyscholing voor de reguliere dagopvang geldt vanaf januari 2025. Tot die tijd mag een bbl'er dus sowieso met 0-jarigen werken tijdens de opleiding.
  • Voor opleidingen die vanaf augustus 2021 gestart zijn, geldt dat werken met 0-jarigen in het kwalificatiedossier is opgenomen. Werken met baby’s gedurende de opleiding is van belang voor het leerproces van een bbl’er.
Mag een bbl'er ingezet worden op een ve-groep (voorschoolse educatie)?

Een bbl-student (zowel niveau 3 als niveau 4) is tijdens de opleiding nog geen gekwalificeerde pedagogisch medewerker. Het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie bepaalt dat uitsluitend gekwalificeerde pedagogisch medewerkers op een ve-groep mogen werken. Een bbl'er mag dus niet formatief worden ingezet op een ve-groep.

Een pedagogisch medewerker die de opleiding op niveau 3 heeft afgerond zonder het Keuzedeel Ontwikkelingsgericht werken in de VVE en die ook geen andere specifieke ve-scholing heeft gevolgd, mag formatief op een ve-groep ingezet worden onder de volgende voorwaarden: 

  • Er is tegelijkertijd een volledig gekwalificeerde beroepskracht voorschoolse educatie werkzaam in de groep.
  • De nog niet ve-gekwalificeerde beroepskracht voldoet aantoonbaar aan de taaleis ve.
  • De nog niet ve-gekwalificeerde beroepskracht is ingeschreven voor een ve-scholing. Deze scholing kan ook de opleiding GPM niveau 4 of AD PEP zijn (deze opleidingen kwalificeren voor werken in de ve).
  • Deze ve-scholing start binnen drie maanden nadat de beroepskracht start in de ve-groep en wordt in ieder geval twee jaar na aanvang van de scholing afgerond. 

Wil je weten hoe de Inspectie met verschillende aspecten van voorschoolse educatie omgaat? Zie: SuperOffice Customer Service: voorschoolse educatie.

TIP: Alle informatie over de Taaleis 3F en  kwalificatie VE is te vinden op de websites van de Brancheorganisatie Kinderopvang en de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang.

Tabel bbl in kinderopvang
Hoeveel bbl'ers in kinderopvang volgen de opleiding Pedagogisch Werk? Bron: CBS

Meer weten? Neem contact op!

Cao Kinderopvang logo vierkant

Meer weten? Neem contact op!